Leren leren Monsters

  • Leren leren Monsters

Monsterlijke kennismaking!
In onze snel veranderende maatschappij blijkt het steeds belangrijker dat kinderen over vaardigheden beschikken die verder gaan dan het leren van de tafeltjes of het benoemen van de provincies van Nederland.
Daarom besteedt onze school veel aandacht aan het ‘leren leren’. De basis hiervan zijn 16 leerstrategieën. Hierbij ontdekken de kinderen welke manieren van leren er zijn en welke manier het beste bij hen past. Ze leren zichzelf beter kennen, plannen, evalueren, hun eigen werkplek organiseren, om hulp vragen, etc. Kortom: vaardigheden die de kinderen nodig hebben voor nu en in de toekomst.
Om deze moeilijke begrippen voor de kinderen begrijpelijk en visueel te maken, gebruiken we ‘monstertjes’. De monsters zijn allemaal ergens goed in en helpen de kinderen om de vaardigheden te leren of te versterken. De kwaliteiten van de monsters zijn afgeleid van de leerstrategieën. Als leerkracht brengen we deze vaardigheden bij de kinderen onder de aandacht. Doordat we werken met de monsters hebben de leerstrategieën een gezicht gekregen en zijn ze herkenbaar voor alle kinderen van groep 1 t/m 8. Er zijn 16 monsters, verdeeld in 5 kleurrijke families.

De gele familie
De gele familie staat voor de verschillende manieren van leren en het maken van keuzes die passen bij de persoonlijke ontwikkeling.
Hierbij horen de monsters Kenzo en Ikke.
Kenzo helpt de kinderen om erachter te komen welke manier van leren het beste bij ze past. En ook hoe ze een opdracht het beste aan kunnen pakken.
Ikke helpt kinderen inzicht te geven in datgene waar ze goed in zijn en waar ze nog in kunnen groeien.  Zo leren de kinderen om haalbare doelen voor zichzelf te stellen en erachter te komen waar ze nog mee moeten oefenen.

De paarse familie
De paarse familie staat voor het plannen, controleren en reflecteren op je eigen werk.
Hierbij horen de monsters Plavo, Moni en Hoeso.
Plavo leert de kinderen om voorafgaand aan een opdracht een goede planning te maken. Maar ook om op tijd aan de bel te trekken als het niet lukt.
Moni helpt om tussentijds te kijken of het werk nog goed verloopt en indien nodig op tijd bij te sturen.
Hoeso leert de kinderen te evalueren op het gemaakte werk. Ze kijken of hun werk goed is en op tijd af is. Kinderen nemen hun eigen plan- en evaluatievaardigheden onder de loep en kijken waar ze nog in kunnen groeien. Het gaat hierbij om het verbeteren van sociale vaardigheden en de eigen leerresultaten.

De blauwe familie
De blauwe familie staat voor het selecteren van de juiste informatie, het zich eigen maken van informatie en het koppelen van nieuwe informatie aan eerder opgedane kennis. 
Hierbij horen de monsters Zaza, Plop en Lurn.
Zaza maakt duidelijk dat je door herhaling beter kunt worden. Immers, hoe vaker je iets oefent, hoe beter dat het zal gaan.
Plop stimuleert de kinderen om actief na te denken over wat ze hebben geleerd. Snappen ze écht wat er is uitgelegd? Kunnen ze dit zelf toepassen? Als iets goed is blijven hangen, ‘plopt’ de kennis vanzelf in je hoofd en kun je deze  steeds weer inzetten.
Lurn leert de kinderen hoe ze gericht informatie kunnen vinden. Ook helpt Lurn om te bepalen welke informatiebronnen bruikbaar zijn en hoe je de gevonden informatie in je eigen taal kunt omzetten.

De groene familie
De groene familie draagt bij aan een fijne omgang met elkaar en aan het samenwerken. Bovendien is het belangrijk dat iedereen bijdraagt aan een prettige werkomgeving.
De monsters Nettie, Asse, Empa & Thie en Sam & Sterk horen hierbij.
Nettie helpt de kinderen bij het regelen van hun spullen en het netjes houden van hun eigen werkplek. Ook vindt ze dat we samen verantwoordelijk zijn voor een nette klas en een nette school. Bij Nettie hoort ook de vraag ‘Waar werk ik het beste?’.
Asse helpt de kinderen om op een goede manier te zeggen wat ze nodig hebben en waar ze zich prettig bij voelen. Ze helpt de kinderen om voor zichzelf op te komen en aan te geven wat voor hen belangrijk is.
Empa en Thie stimuleren de kinderen om goed te luisteren naar de ander en zich in te leven in de ander. Hoe zou het voor de ander zijn? Hoe kan ik de ander het beste helpen? Wat zou ik doen/willen als ik die ander was? Op deze manier leren de kinderen elkaar beter te begrijpen in verschillende situaties.
Sam en Sterk zijn belangrijk bij het samenwerken. Zo ervaren de kinderen dat ze van en met elkaar kunnen leren. Ze leren kinderen om samen goed te overleggen en te werken aan hetzelfde doel. Een goede taakverdeling is hierbij belangrijk.

De roze familie
De roze familie staat voor motivatie, zelfkennis, doorzettingsvermogen om taken te volbrengen en dat je trots mag zijn op je werk.
Hierbij horen de monsters GoGo, Spielo, Drom en Zieme.
GoGo helpt kinderen om door te zetten, ook als het moeilijk wordt. Ze leert de kinderen af te maken waar ze aan beginnen.
Spielo houdt de kinderen een spiegel voor. Ze helpt kinderen inzichtelijk te krijgen wat ze wel en niet goed kunnen. Het inzetten van je kwaliteiten bij het maken van een taak is zowel tijdens het zelfstandig werken als bij het samenwerken belangrijk.
Drom leert de kinderen waarom ze bepaalde dingen leren. Ze leren na te denken over het belang van een taak. Daardoor wordt ook het resultaat van die taak belangrijk.
Zieme leert kinderen dat het belangrijk is om te weten wanneer je goed hebt gewerkt. Als leerlingen hun eigen werk en inzet kunnen beoordelen en kunnen vergelijken met eerder gemaakt werk, dan weten ze wat ze een volgende keer eventueel anders kunnen doen. Ze leren om trots te zijn op dat wat ze al bereikt hebben.

Terug naar het overzicht

Nieuwe beslisboom

Nieuwe beslisboom

Beslisboom 0 jaar t/m groep 8

De kop is eraf!

De kop is eraf!

We zijn goed gestart!

ANWB: Weer naar school!

ANWB: Weer naar school!

Informatie: Fietsend naar school of leren fietsen?