lesstof tot de meivakantie

Lesstof periode: carnavals- tot meivakantie

 Rekenen:

Getallen t/m 1000: Ordenen van de getallen, door het plaatsen van de getallen in de juiste bakken. Samenstellen van  getallen; 760 gram afwegen met de gewichten 10, 20, 50, 100, 200 en 500 gram. De positiewaarde van de cijfers in het getal; welke getallen kun je maken met 1, 3 en 5. Wat is de 5 waard in 365. Het tellen met sprongen van 20, 25 en 50.
Optellen en aftrekken tot 1000: Het optellen en aftrekken over het honderdtal (395+28,      805-28) Maar ook sommen zoals; 125+223 en 865-123
Optellen en aftrekken tot 100: Oefenen met ‘moeilijkere’ optel- en aftreksommen (45+38 en 72-38). Het schatten wordt geoefend met geld en met grotere getallen (tot 1000). Het aanvullen en afhalen tot 100 wordt herhaald.
Herhaling van de tafels 1 t/m 10, tientallentafels (5x40) en tafels zoals 6x12 (6x2) + (6x10) = en 6x32 (6x30) + (6x2). Oefenen met een verhoudingstabel.
Delen zonder rest wordt herhaald. Introductie van delen met rest.
Tijd: tijdsduur, hoe lang heeft de reis geduurd. Analoge en digitale klok en de kalender. De seconde wordt geïntroduceerd. De kinderen leren om een stopwatch af te lezen.
Meten: hoe schrijf je 175 cm en 205 cm met een komma (1,75m) Hoeveel is 2,40 m (240 cm) De maten cm, m en km worden herhaald en dm wordt geïntroduceerd. Bij gewicht worden kg en gr herhaal.
Meetkunde: combineren van bouwsels met plattegronden. Ruimtelijke oriëntatie wordt geoefend, waar staat de camera.

Taal:

Leren wat het onderwerp van een zin is. En dat onderwerp en het werkwoord bij elkaar horen.
Leren verwijzen van persoonlijke voornaamwoorden naar personen. Mama is bezig. Ze heeft geen tijd. Ze verwijst naar mama.
De komma gebruiken om leespauzes aan te brengen.
Onderscheid herkennen tussen concrete (kun je aanraken) en abstracte (kun je niet aanraken) zelfstandige naamwoorden.
Leren dat de meeste woorden bij een grote of kleine woordfamilie horen. Foto, hoort bij fotograaf, fotolijstje.
De stam (ik-vorm) afleiden van een werkwoord.
Leren  en schrijven van stoffelijk bijvoeglijke naamwoorden. De gouden koets.
Leren dat woorden en zinnen meerdere betekenissen hebben. (Letterlijk en figuurlijk)
Leren van de betekenis van de achtervoegsels – heid, -lijk en –baar.

 Spelling:

woorden met au, ou
woorden met cht, ch
verkleinwoorden met –je, -tje, -etje
woorden met gesloten lettergreep (bakker)
woorden met eind –d
 worden met open lettergreep (jager)

Terug naar overzicht
Groep 5a

lesstof tot de ...

Lesstof periode: Kerst- tot ...

Meerdere groepen

Tentoonstelling

Op 4 december worden in onze Showroom de surprises, die de ...

Meerdere groepen

lesstof tot de kerstvakantie

Lesstof periode: Herfst- tot ...

Groep 5a

lesstof tot de herfstvakantie

Periode start - herfstvakantie Rekenen: - getallen ...

Groep 5a

Het schooljaar is van start ...

Op maandag 28 augustus zijn we gestart in groep 5. De ...